Het lijkt de trend van het moment: klein wonen. Steeds meer mensen wonen alleen in plaats van samen. Daardoor stijgt de vraag naar kleine woningen, en de prijs per vierkante meter stijgt mee. Dat zorgt voor een uitdaging, want echt aantrekkelijk is dat gebrek aan ruimte niet. Het is niet charmant als de keukendeur tegen de boekenkast knalt of als de slaapkamer ook de hal is. Het zijn concessies die gedaan worden omdat meer ruimte simpelweg onbetaalbaar is geworden.
Om een zekere kwaliteit te waarborgen en de opbrengst te verhogen, zien we dat veel huurwoningen ontworpen worden met het woningwaarderingsstelsel (WWS) in het achterhoofd. Dat snappen we. Maar de focus op punten levert ook vaak onaantrekkelijke woningen op, die bij een eventuele latere verkoop minder opbrengen. Onze boodschap: als er concessies gedaan moeten worden, doe het dan slim. Ook binnen het bestaande WWS kun je comfort en rendement combineren.
Met deze vijf ontwerpprincipes kan wonen op 40 vierkante meter wel comfortabel gemaakt worden. We laten het zien aan de hand van ons project ‘Pocket Loft’.
Als elementen een dubbele functie krijgen geef je geen ruimte weg. In plaats van een muur te plaatsen, kun je een kastenwand installeren die het woon- en slaapgedeelte scheidt. Die wand is dan tegelijk klerenkast en woonkamermeubel.
Een maatmeubel kan ook de afscheiding zijn tussen hal en woonkamer. Zo heb je een geur- en geluidsbarrière tussen het toilet en de leefruimte. In ons project Pocket Loft doet het maatmeubel precies dat. Het is bovendien een kapstok, keukenkast (met WWS punten), kledingkast, én een stalling voor de fiets.
Less is more als het om kleine woningen gaat. Helaas lijkt dat gedachtegoed soms ver te zoeken als we naar het aanbod op Funda kijken. We zien keukens waarin je vanaf de bank een eitje bakt en waar het keukeneiland in verhouding geen eiland maar een continent is, of waar de extra slaapkamer vroeger waarschijnlijk de bezemkast was. Niemand wordt daar echt blij van, maar het levert wel punten op, en voldoet aan de zoekcriteria van Funda.
Hoe het dan wel moet? Respecteer zichtlijnen en waardeer natuurlijk licht. Door de keuken laag te houden, voelt de hele woning ruimtelijker aan. Kies liever voor diepe onderkasten dan voor bovenkasten, en zet de hoge koelkast in de kastenwand. Denk twee keer na of dat kookeiland niet te veel schaarse vierkante meters inneemt.
Hetzelfde geldt voor verkeersruimte. Een lange gang in een woning van 20 vierkante meter is zonde van elke meter. Soms is een toilet in de badkamer een betere keuze dan een los toilet aan het eind van een gang. En de slaapkamer? Die hoeft niet groot te zijn, als hij maar knus is en af te sluiten.
Huurders en kopers houden van grote, open en lichte ruimtes. Maar zonder vooraf ontworpen indelingen kan een kleine woning moeilijk in te richten zijn. Juist in open maar kleine ruimtes zonder hiërarchie worstel je namelijk met meubels die net niet passen. De oplossing ligt in het kunnen kiezen, door bijvoorbeeld schuifdeuren in te bouwen. Dit geeft je twee kamers in één: open kijk je van voordeur tot het achterraam en trek je de slaapkamer bij het woongedeelte. Sluit je de schuifdeuren? Dan heb je weer de privacy die je wilt voelen in je slaapkamer.
Het spel tussen open en afgesloten ruimtes versterkt de beleving van ruimte. Architect Frank Lloyd Wright voerde het principe van compression and release door in zijn architectuur: via een kleine, besloten ruimte kom je in een grotere, lichtere ruimte, die een bevrijdend gevoel geeft. Een compacte hal, zoals vormgegeven in Pocket Loft, gevolgd door een lichte woonkamer, doet precies dat.
"Leuk, maar daar krijg ik geen punten voor." Het is een zin die we vaak horen. En we begrijpen hem: het WWS bepaalt hoeveel huur je mag vragen, en daarmee of een project rendabel is. Maar het systeem meet niet alles wat een woning goed maakt. Je krijgt punten voor oppervlakte, voor de lengte van je aanrecht en voor je energielabel.
Hoe scheef dat kan uitpakken, zagen we bij een studentenkamer van nog geen acht vierkante meter met een aanrecht van bijna 3 meter. Er paste geen bed meer in, maar de huur mocht omhoog. Dat is geen uitzondering, maar een logisch gevolg van hoe het systeem werkt. Hetzelfde zie je bij de bouwregelgeving: de minimumeisen voor bijvoorbeeld de maat van een toilet of de hoogte van een plafond worden al snel de standaard, terwijl ze bedoeld zijn als ondergrens.
Het systeem zou anders kunnen, maar dat is niet aan ons. Wat wel binnen ons bereik ligt: slim ontwerpen binnen de regels. Een maatmeubel dat als keuken meetelt maar niet als keuken voelt, zoals in Pocket Loft, levert punten én woonkwaliteit op. En kijk verder dan de huur van nu. Wie een woning tien jaar verhuurt en daarna wil verkopen, heeft meer aan een woning die prettig woont dan aan een woning die alleen goed scoort.
Investeer in een woning met comfort, en verdien die investering terug. Een veelgehoord bezwaar tegen vast meubelwerk en schuifdeuren is dat het in een huurwoning toch kapot gaat. Dat is een terecht aandachtspunt, want maatwerk moet tegen een stootje kunnen. Maar het omgekeerde geldt volgens ons ook: een bewoner die graag in zijn woning woont gaat er zuiniger mee om.
Een doordachte kastenwand, een halletje of een schuifdeur op de juiste plek bepaalt jarenlang hoe prettig een woning is. Zo betaalt een extra investering zich twee keer terug: bewoners wonen er prettiger én zijn er zuiniger op. Klein wonen hoeft geen concessie te zijn, zolang je slim kiest waar je ruimte wint en waar je investeert.
Klein wonen kan beter.
Het lijkt de trend van het moment: klein wonen. Steeds meer mensen wonen alleen in plaats van samen. Daardoor stijgt de vraag naar kleine woningen, en de prijs per vierkante meter stijgt mee. Dat zorgt voor een uitdaging, want echt aantrekkelijk is dat gebrek aan ruimte niet. Het is niet charmant als de keukendeur tegen de boekenkast knalt of als de slaapkamer ook de hal is. Het zijn concessies die gedaan worden omdat meer ruimte simpelweg onbetaalbaar is geworden.
Om een zekere kwaliteit te waarborgen en de opbrengst te verhogen, zien we dat veel huurwoningen ontworpen worden met het woningwaarderingsstelsel (WWS) in het achterhoofd. Dat snappen we. Maar de focus op punten levert ook vaak onaantrekkelijke woningen op, die bij een eventuele latere verkoop minder opbrengen. Onze boodschap: als er concessies gedaan moeten worden, doe het dan slim. Ook binnen het bestaande WWS kun je comfort en rendement combineren.
Met deze vijf ontwerpprincipes kan wonen op 40 vierkante meter wel comfortabel gemaakt worden. We laten het zien aan de hand van ons project ‘Pocket Loft’.
Als elementen een dubbele functie krijgen geef je geen ruimte weg. In plaats van een muur te plaatsen, kun je een kastenwand installeren die het woon- en slaapgedeelte scheidt. Die wand is dan tegelijk klerenkast en woonkamermeubel.
Een maatmeubel kan ook de afscheiding zijn tussen hal en woonkamer. Zo heb je een geur- en geluidsbarrière tussen het toilet en de leefruimte. In ons project Pocket Loft doet het maatmeubel precies dat. Het is bovendien een kapstok, keukenkast (met WWS punten), kledingkast, én een stalling voor de fiets.
Less is more als het om kleine woningen gaat. Helaas lijkt dat gedachtegoed soms ver te zoeken als we naar het aanbod op Funda kijken. We zien keukens waarin je vanaf de bank een eitje bakt en waar het keukeneiland in verhouding geen eiland maar een continent is, of waar de extra slaapkamer vroeger waarschijnlijk de bezemkast was. Niemand wordt daar echt blij van, maar het levert wel punten op, en voldoet aan de zoekcriteria van Funda.
Hoe het dan wel moet? Respecteer zichtlijnen en waardeer natuurlijk licht. Door de keuken laag te houden, voelt de hele woning ruimtelijker aan. Kies liever voor diepe onderkasten dan voor bovenkasten, en zet de hoge koelkast in de kastenwand. Denk twee keer na of dat kookeiland niet te veel schaarse vierkante meters inneemt.
Hetzelfde geldt voor verkeersruimte. Een lange gang in een woning van 20 vierkante meter is zonde van elke meter. Soms is een toilet in de badkamer een betere keuze dan een los toilet aan het eind van een gang. En de slaapkamer? Die hoeft niet groot te zijn, als hij maar knus is en af te sluiten.
Huurders en kopers houden van grote, open en lichte ruimtes. Maar zonder vooraf ontworpen indelingen kan een kleine woning moeilijk in te richten zijn. Juist in open maar kleine ruimtes zonder hiërarchie worstel je namelijk met meubels die net niet passen. De oplossing ligt in het kunnen kiezen, door bijvoorbeeld schuifdeuren in te bouwen. Dit geeft je twee kamers in één: open kijk je van voordeur tot het achterraam en trek je de slaapkamer bij het woongedeelte. Sluit je de schuifdeuren? Dan heb je weer de privacy die je wilt voelen in je slaapkamer.
Het spel tussen open en afgesloten ruimtes versterkt de beleving van ruimte. Architect Frank Lloyd Wright voerde het principe van compression and release door in zijn architectuur: via een kleine, besloten ruimte kom je in een grotere, lichtere ruimte, die een bevrijdend gevoel geeft. Een compacte hal, zoals vormgegeven in Pocket Loft, gevolgd door een lichte woonkamer, doet precies dat.
"Leuk, maar daar krijg ik geen punten voor." Het is een zin die we vaak horen. En we begrijpen hem: het WWS bepaalt hoeveel huur je mag vragen, en daarmee of een project rendabel is. Maar het systeem meet niet alles wat een woning goed maakt. Je krijgt punten voor oppervlakte, voor de lengte van je aanrecht en voor je energielabel.
Hoe scheef dat kan uitpakken, zagen we bij een studentenkamer van nog geen acht vierkante meter met een aanrecht van bijna 3 meter. Er paste geen bed meer in, maar de huur mocht omhoog. Dat is geen uitzondering, maar een logisch gevolg van hoe het systeem werkt. Hetzelfde zie je bij de bouwregelgeving: de minimumeisen voor bijvoorbeeld de maat van een toilet of de hoogte van een plafond worden al snel de standaard, terwijl ze bedoeld zijn als ondergrens.
Het systeem zou anders kunnen, maar dat is niet aan ons. Wat wel binnen ons bereik ligt: slim ontwerpen binnen de regels. Een maatmeubel dat als keuken meetelt maar niet als keuken voelt, zoals in Pocket Loft, levert punten én woonkwaliteit op. En kijk verder dan de huur van nu. Wie een woning tien jaar verhuurt en daarna wil verkopen, heeft meer aan een woning die prettig woont dan aan een woning die alleen goed scoort.
Investeer in een woning met comfort, en verdien die investering terug. Een veelgehoord bezwaar tegen vast meubelwerk en schuifdeuren is dat het in een huurwoning toch kapot gaat. Dat is een terecht aandachtspunt, want maatwerk moet tegen een stootje kunnen. Maar het omgekeerde geldt volgens ons ook: een bewoner die graag in zijn woning woont gaat er zuiniger mee om.
Een doordachte kastenwand, een halletje of een schuifdeur op de juiste plek bepaalt jarenlang hoe prettig een woning is. Zo betaalt een extra investering zich twee keer terug: bewoners wonen er prettiger én zijn er zuiniger op. Klein wonen hoeft geen concessie te zijn, zolang je slim kiest waar je ruimte wint en waar je investeert.